Skip to content

De vroege jaren van Candy Dulfer

Als dochter van de beroemde jazzsaxofonist Hans Dulfer begon ze op zesjarige leeftijd met saxofoon spelen en richtte ze op haar veertiende haar eerste band op, Funky Stuff, waarmee haar professionele carrière in de jaren tachtig van start ging. Haar doorbraak kwam met het debuutalbum Saxuality uit 1990, dat wereldwijd meer dan een miljoen keer werd verkocht en een Grammy-nominatie opleverde voor Best Pop Instrumental Performance. Dulfer verwierf internationale bekendheid door haar samenwerking met David A. Stewart op de instrumentale hit « Lily Was Here » uit 1989, die de hitlijsten in heel Europa aanvoerde en haar kenmerkende soepele, energieke saxofoongeluid bij een breed publiek introduceerde. Sindsdien heeft ze meer dan een dozijn soloalbums uitgebracht, waaronder recente werken als Together (2017) en We Never Stop (2022), terwijl ze een actief wereldwijd tourprogramma aanhoudt. Opmerkelijke samenwerkingen zijn onder meer optredens en opnames met Prince tijdens tournees en op albums zoals Graffiti Bridge (1990) en 3121 (2006), evenals met artiesten als Van Morrison, Aretha Franklin, Beyoncé en Chaka Khan. Onder haar onderscheidingen ontving Dulfer de Edison Jazz Lifetime Achievement Award, de meest prestigieuze muziekprijs van Nederland, als erkenning voor haar blijvende bijdragen aan de jazz en fusionmuziek.

Familieachtergrond

Candy Dulfer https://znaki.fm/nl/persons/candy-dulfer/ werd op 19 september 1969 in Amsterdam geboren als dochter van Hans en Inge Dulfer. Haar vader, Hans Dulfer, is een gerenommeerde Nederlandse jazzsaxofonist die bekendstaat om zijn bijdragen aan de lokale jazzscene, waaronder de oprichting van het Bimhuis, een toonaangevende jazzpodium in Amsterdam dat uitgroeide tot een centrum voor vernieuwende optredens. Door op te groeien in deze omgeving raakte Dulfer al op jonge leeftijd ondergedompeld in de jazz; de professionele activiteiten van haar vader vulden het huis met muziek en gesprekken over het genre.

Haar moeder, Inge Dulfer, speelde een ondersteunende rol in het gezin en bleef haar dochter aanmoedigen, zelfs toen Dulfer later haar carrière begon; uiteindelijk werd ze de manager van haar dochter. Door deze invloed van haar ouders werd er in het gezin een diepe waardering voor muziek gekoesterd, waardoor er een stimulerende omgeving ontstond waarin Dulfer in aanraking kwam met uiteenlopende muziekstijlen en artistieke discussies.

De eerste stappen in de muziek

Candy Dulfer begon haar muzikale opleiding op vijfjarige leeftijd, eerst op de drums, wat haar een eerste basis in ritme en timing gaf. Op zesjarige leeftijd stapte ze over op de sopraansaxofoon en ontwikkelde ze al snel een interesse in blaasinstrumenten onder begeleiding van haar vader, de beroemde jazzsaxofonist Hans Dulfer, die de nadruk legde op gedisciplineerd oefenen en haar in contact bracht met invloedrijke jazzfiguren. Op haar zevende stapte ze over op de altsaxofoon, haar hoofdinstrument, en sloot ze zich aan bij de plaatselijke concertband Jeugd Doet Leven in Zuiderwoude, waar ze haar vaardigheden aanscherpte door gestructureerd samenspel en regelmatige repetities.

Dulfers vroege oefenroutines werden gevormd door de begeleiding van haar vader, met dagelijkse sessies waarin technische oefeningen werden gecombineerd met improvisatie, waardoor haar aangeboren talent werd gestimuleerd in een gezin dat doordrongen was van jazztradities. Haar eerste openbare optredens vond plaats toen ze elf was, toen ze haar solodebuut maakte met de band van haar vader, De Perikels, waarmee ze haar intrede deed in de live-wereld. Het jaar daarop, op twaalfjarige leeftijd, trad ze op tijdens het prestigieuze North Sea Jazz Festival als onderdeel van Rosa King’s Ladies Horn-sectie, een ervaring die haar kennis liet maken met professionele podia en de levendige Amsterdamse jazzscene, gecentreerd rond podia als het Bimhuis, opgericht door haar vader. Deze vroege optredens in lokale ensembles en op festivals hielpen haar vertrouwen op te bouwen en contacten te leggen binnen de Nederlandse jazzgemeenschap.

Rond haar veertiende, in 1984, richtte Dulfer haar eerste band op, Funky Stuff. Ze rekruteerde lokale muzikanten, waaronder toetsenist Franklin Batta en gitarist Ulco Bed, om een funkgerichte groep te vormen die haar zich ontwikkelende stijl weerspiegelde. De band wist al snel de eerste optredens in Amsterdam en omgeving binnen te halen, waar ze optraden in kleine clubs en op jeugdevenementen. Dit stelde Dulfer in staat om de band te leiden en te experimenteren met eigen materiaal te midden van de dynamische lokale jazz- en funkscene van de stad. Deze vormende optredens versterkten haar rol als jonge leider in de scene en trokken publiek met energieke sets die jazzimprovisatie combineerden met pop-funkgrooves.

Published inNon classé